101ste Airborne division.

 


De 101st Airborne Division komt voort uit de 101st Infantry Division, dat een geschiedenis kent dat terug voert tot de Amerikaanse Burgeroorlog. Als luchtlandings divisie wordt het actief op 16 augustus 1942 in Kamp Claiborne, Louisiana onder het commando van Major-General William Carey Lee, met als assistent Brigadier-General Don F. Pratt. Opleidingen worden gedaan in onder andere Toccoa, Georgia.


Het 101ste was opgebouwd uit het 501st, 502nd en 506th PIR (parachute infantry regiment). Als ondersteuning worden het 327nd Glider Infantry Regiment, het 81st Airborne Anti-Aircraft and Anti-Tank Battalion en vier artilleriebataljons (377th en 463rd Parachute Field Artillery en het 907th en 321st Glider Field Artillery) toegevoegd. In Fort Bragg wordt samen met de 82nd Airborne Division getraind in het parachute springen. In juni 1943 verplaatst het 101st zich naar Tennesee. Hier wordt geoefend in massasprongen en met zweefvliegtuigen. Op 5 September 1943, vertrok de 101ste luchtlandings divisie naar New York en vaarde vandaar uit naar Engeland. De verdere opleiding begon op Engelse grond, en het bevel van de afdeling werd overgedragen aan Generaal Majoor Maxwell Taylor nadat Generaal Lee aan een hartaanval overleed.


In de Tweede Wereldoorlog werden de paratroopers van de 101st Airborne Division onder andere ingezet bij D-Day, Operatie Market Garden in Nederland en de Slag om de Ardennen.


Een aantal militairen van deze eenheid waaronder Generaal-Majoor Maxwell Davenport Taylor en Kolonel Charles Henry Chase werden in de Nederlandse Militaire Willems-Orde opgenomen.